|
De naam van deze staat stamt af van de combinatie van de Tupi-woorden pa’ra (rivier) en a’íba (niet geschikt voor scheepvaart). Desondanks blijft het de vraag of de naam Paraíba moet luiden, of… paradijs? Deze vraag is moeilijk te beantwoorden als men alle aanlokkelijkheden in overweging neemt van deze Braziliaanse staat die ligt op het meest oostelijke puntje van Amerika: de Ponta do Seixas, aan het Cabo Branco Strand, waar volgens het traditionele gezegde ‘de zon het eerst opkomt’. Het is inderdaad een land van zon en van een benijdenswaardige kust – maar ook van andere historische, natuurlijke en culturele schoonheden. Voordat het definitief in handen viel van de Portugezen, was de regio bijna ingenomen door de Normandiërs. In het midden van de zestiende eeuw maakten Normandische smokkelaars, met behulp van de Potiguara-indianen, gebruik van de ankerplaatsen van Cabedelo, in de baaien van de Traição en de Cabo Branco. Zo namen zij zowel het Braziliaanse hout van de beste kwaliteit mee, als katoen en dierhuiden. In 1585 bereikte de Portugese kolonist João Tavares de Tabajara-indianen en hij bouwde een vestiging 22 kilometer van de monding van de Paraíba-rivier. Deze vestiging stond eerst bekend als Nossa Senhora das Neves, later als Filipéia (naar Philips II, koning van zowel Spanje als Portugal). In de daaropvolgende eeuw, tijdens de invasie van de Nederlanders, heette de vestiging Frederikstadt, later Paraíba en uiteindelijk, in 1930, João Pessoa. De hoofdstad van de staat Paraíba is rijk aan historische monumenten en moderne gebouwen. Temidden van de barokke constructies, die indruk maken op alle toeristen, staan de Kerk van Genade, gebouwd door Duarte da Silveira in 1602 en nog in oorspronkelijke staat, de St. Fransiscuskerk uit 1608, met betegelde muren en op de vloer antieke tuintegels; de kerk en het klooster van São Bento, voltooid in 1716 en gebouwd van stenen blokken en kalksteen, cement en hout. Andere belangrijke historische monumenten in de staat zijn het Santa Catarina Fort (gebouwd in 1585 van cement en walvisolie) in Cabedelo, en het Casa da Pólvora, gelegen in de hoofdstad en getuige geweest van vele veldslagen en invasies aan de kust. Desalniettemin komt de grootse betovering van de zee. Behalve het Cabo Branco Strand, met zijn uitzichtkoepel in de vuurtoren, behoren de stranden van Tambaú, Manaíra en Bessa tot de dichtstbevolkte van de kust, met hun lauwwarme, kristalheldere waters. In Tambaú, 2 kilometer van de kust, liggen de prachtige riffen, met hun natuurlijke zwembaden die bekend staan onder de naam Picãozinho. Op deze stranden vindt men het grootste aantal hotels, flats, logementen en al het andere waardoor de bezoeker van een aangenaam verblijf verzekerd is.
NATUURTOERISME De Macaco Zee in Intermares is een onontkoombare halte voor surfers: de golven zijn er ideaal, als gevolg van een natuurlijke breuk in de keten van riffen. En het kalme water van de Sanhauá rivier bij het strand van Jacaré trekt watersporttoeristen aan. Eveneens een bezoekje waard is het Tambaba Strand, het eerste officiële naturistenstrand in de noordoostelijke regio, 40 kilometer van João Pesso, in de gemeente Conde; het water is blauwig-groen en warm en vormt natuurlijke zwembaden. Er zijn ook prachtige, 20 meter hoge zeekliffen in de regio, die eveneens in verschillende kleuren voorkomen op het strand van Coqueirinho, gelegen naast het Tambaú-strand en nog bijna onaangetast door mensenhanden. Andere beroemde stranden zijn Jacumã, waar het meest opwindende Carnaval van de Paraíbaanse kust plaatsvindt; de Barra de Camaratuba (met uitgestrekte, verlaten stukken strand, diepe wateren en duinen uit de Paleolitische periode); de Baai van Traição, de plaats waar zich veel veldslagen hebben afgespeeld; en de Barra de Mamanguape, waar het Centrum voor het Behoud van Lamantijnen (zeekoeachtigen) gehuisvest is. Paraíba is één van de belangrijkste plaatsen in het land voor natuurtoerisme. In de staat bevinden zich verschillende flora- en faunaplaatsen, overblijfselen van de Atlantische bossen. In João Pesso vormt het 471 hectare grote Buraquinho Bos (de botanische tuin) de heuse genetische basis van zowel het dieren- als het plantenrijk van de Noordoostelijke regio. In Cabedelo, het 530 hectare grote Restinga Eiland aan de monding van de Paraíba-rivier, kunnen verschillende typen landschappen worden bewonderd: bossen met wortelbomen, de riviermond, het Atlantische Bos, meren, de voor de restingas typerende bossen en stranden omgeven door modder, gewoonlijk een overblijfsel van het kustwater. In Mamanguape en Rio Tinto ligt het Natuurreservaat van de Guaribas, het onderkomen van bedreigde aapsoorten. Andere natuurschoonheden zijn Pedra da Boca, in Araruna, een geheel van rotsen dat vaak door bergbeklimmers bezocht wordt, en de 1.197 meter hoge Pico do Jabre, het hoogste punt in Paraíba, van waar de bezoeker de bergbossen, rivieren, bronnen en de caatinga, onvolgroeide vegetatie die wordt gevonden in de drogere plaatsen van noordoost-Brazilië, kan bewonderen. DINOSAURIËRS UIT DE BRAZILIAANSE PREHISTORIE De streek vormt eveneens het onderzoekscentrum van de Braziliaanse prehistorie. In de gemeente Sousa, 427 kilometer van de hoofdstad, in het binnenland van de staat, ligt de beroemde Dinosaurus Vallei, waar onderzoekers de voetafdrukken van prehistorische dieren hebben gevonden, die dateren van 130 miljoen jaar geleden. De plek wordt beschouwd als één van de belangrijkste archeologische plaatsen in de wereld – het bassin van de Peixe-rivier vertoont ’s werelds hoogste aantal voetafdrukken van dinosauriërs. In Ingá, bij de laaglanden van Borborema, vindt men grottekeningen, nog altijd een mysterie voor experts (sommigen denken dat de tekens afstammen van de Feniciërs die Brazilië aandeden). Het lokale Museum van Natuurgeschiedenis bevat veel informatie over de dieren die in vroeger eeuwen in de regio leefden, zoals de gigantische tropisch-Amerikaanse leguaan, het gordeldier, mammoetachtigen en anderen. Musea en culturele centra zijn overvloedig aanwezig in de regio. In João Pesso zijn de belangrijkste de Cultuurplaats José Lins do Rêgo en de Augusto dos Anjos Gedenkplaats (gehuisvest in de Literaire Academie van Paraíba), waarin zich een deel van de literaire erfenis van de grote schrijvers bevindt, en het museum plus graftombe van de vroegere president Epitácio Pessoa, die zich in het gerechtsgebouw bevinden. Aan het begin van het jaar brengen sporttoernooien en folkloristische feesten de kustlijn van de stad tot leven. In februari worden zelfs nog vóór Carnaval de straten bezet door feestvierders die straatdansen uitvoeren als de frevo, de maracatu, de sculamba, de coco, en de caboclinho. De meest beroemde juni-feesten zijn die van Campina Grande, de tweede stad in de staat, en São João da Lagoa, in het Solon de Lucena Park. Op deze feesten wordt gedanst op het ritme van de forró. Maar er zijn ook vele andere uitingen van folklore, zoals de incelenças (begrafenisliederen die in koor worden gezongen, zonder instrumenten), de nau catarineta, populaire toneelstukken met de zee als thema, opgevoerd in de straten, de reisado, gehouden op 6 januari ter ere van Driekoningen, de vaquejada, een verzameling van bijeengedreven vee, en de banda cabaçal, bestaande uit percussiegroepen en slaginstrumenten, veelvoorkomend in het noordoosten. HANDWERK EN TYPISCHE GERECHTEN Borduurwerkers en kantklossers, keramiekmakers en schilders en beeldhouwers gebruiken folkloristische thema’s in hun werk. Bijzonder zijn de kokosnootvezels die vervaardigd worden in Lagoa Seca; de vaandels geschilderd in Catolé do Rocha; de kokosnoothoofden van de kunstenaar Antonio Paulo Freire; het keramiek van Maria Paulina; de waren van João Miguel do Taipu; het kant- en borduurwerk van Picu, Umbuzeiro en São Felix; en het ‘labyrint’, een type borduurwerk dat wordt geproduceerd in Juarez Távora. Men mag de verrukkingen van de Paraíbaanse keuken zeker niet missen. Dus: wees voorbereid voor het zongedroogde vlees; de sarapatel (gemaakt van de inwendige organen en het bloed van schapen of varkens); buchadas (gemaakt van darmen); kip, kokosnootmelk en andere heerlijkheden. Iedereen moet proeven van de cuscuz, een gerecht gemaakt van gestoomde rijst, maniok of maïs, de pamonha, een maïssnoepje gebakken in verse maïsvliezen, en de baiãode-dois (een gekookte mix van zwarte bonen en rijst). En dan hebben we het nog niet gehad over het lokale zeevoedsel, zoals grote garnalen, krab, inktvis, zwaardvis – vergezeld van kokosnootmelk, of een heerlijke cachacinha-de-cabeça, een alcoholische drank gemaakt van rietsuiker. Van dit alles kun je genieten op een fantastisch strand. ’s Nachts gaat het feest door in de bars en restaurants van de hoofdstad en langs de stranden van Tambaú, Cabo Branco, Manaíra, Bessa, Intermares, Seixas en Penha. In Largo da Gameleira komen jongeren samen en in de zogeheten Baixo Tambaú staan bars die gespecialiseerd zijn in populaire Braziliaanse muziek en een romantische sfeer creëren onder groene kokosnootbomen. |